Op bezoek bij de Mennonieten

IM004223_Wagen_en_zoontje_van_de_leraar

Garifuna en Creolen
Belize kent een bijzonder diverse verscheidenheid van culturen. In het vorige stukje schreven we daar al over. We hadden het nog niet over de Garifuna gehad. Wij dachten dat dat hetzelfde was als de Creolen, maar dat bleek volledig fout te zijn. De Creolen zijn afstammelingen van de zwarte slaven en de blanken. En de Garifuna zijn afstammelingen van onsnaptje slaven en Zuid-amerikaanse Indianen (Arawak en Carrib). Qua uiterlijk is er voor ons niet zo heel veel verschil, maar het zijn echt 2 totaal verschillende culturen. 19 November is hun feestdag, dus willen we tegen die tijd in een Garifuna dorp of stad zijn om dat mee te maken. Dit alles leerden we tijdens de opening van de Garifuna-awareness week in het House of Culture in Orange Walk.

Mennonietendorp Shipyard
Een andere belangrijke bevolkingsgroep rondom Orange Walk zijn de Mennonieten. Oorspronkelijk uit Duitsland, Nederland en Canada, zorgen ze voor 60% van de Belizische agrarische behoefte. Ze staan bekend als hardwerkende spaarzamen mensen en mengen zich nauwelijks met de overige bevolkingsgroepen. In Orange Walk komen ze voor de handel, maar ze leven rondom Orange Walk in hun eigen communities. Liftend zijn we naar het Mennonietendorp Shiphard gegaan. En dan ga je dus terug in de tijd. Alle mannen dragen hetzelfde: hoed, tuinbroek en een geruit hemd. De vrouwen dragen wijde rokken en witte hoeden. Vervoer gaat per paard en wagen. Behalve deze aparte kledingdracht zien ze er, door de vele inteelt, vaak ook wat bijzonder uit. Het lijken allemaal wel broers. Dit laatste bleek ook vaak te kloppen, want gezinnen met ongeveer 10 kinderen zijn heel gewoon. Er was zelfs een gezin met 24 kinderen!

IM004216_De_hele_familieWe hadden een dorpje verwacht met een klein centrum met een kerkje, school, bibliotheek etc. Maar dat bleek er niet te zijn. Het centrum was de centrale winkel. En dat was het. We kregen per paard en wagen een lift van Peter. Hij sprak engels en woonde naast de school. Daar wilde hij ons wel heen brengen. Er onstond daar uiteraard veel opwinding bij de kinderen. De leraar kwam naar ons toe en vond het goed dat wij de les bijwoonden. Wij zaten achterin het schooltje. Meisjes zaten links, jongens rechts. Geen schriften maar schoolplankjes, houten banken en het opzeggen van de tafels. De meisjes hadden allemaal het haar in hetzelfde vlechtwerk. We voelden ons in de tijd van onze (over)grootouders. Zo moet het er lang geleden in Nederland ook uit gezien hebben! Heel bijzonder. Als laatste werd er gezongen. Na de les praatten we met de leraar. Hij sprak ook engels. Dat leren ze echter niet op school. Daar leren ze alleen rekenen en schrijven. Tot hun 12e zitten ze op school. Daarna gaan ze aan het werk op de boerderij van Pa en Ma. Geen voortgezet onderwijs en zeker geen universiteit. Ze hebben ook geen radio, geen tv, en dus ook geen internet.

IM004220_We_werden_teruggebracht_door_de_zoontjes_van_de_leraarMet de leraar zijn we meegegaan naar zijn huis naast de school. Hij had ook een winkeltje en een boerderij en als er iets gehecht moest worden dan deed hij dat ook, hij was dus ook dokter. Bij het huis zagen we een groot gedeelte van de kinderen uit de klas weer terug, hij vulde met zijn gezin in zijn eentje al 1/4-de van de klas met zijn 9 kinderen!

Taal
Engels had de leraar al doende geleerd. Enorm knap, want hij sprak bijzonder goed Engels. Zelf spreken de mennonieten oud Duits. Zodra wij echter Duits spraken konden ze ons niet verstaan. Het ging makkelijker als we gewoon Nederlands spraken. Met de kinderen spraken we dus ‘gewoon’  Nederlands. We namen afscheid en verlieten hun boerderij. We werden al snel ingehaald door 2 zonen die ons met paard en wagen achterna kwamen om ons terug te brengen naar de centrale winkel. Vanaf daar zijn we weer teruggelift naar Orange Walk.

Het was een hele bijzondere dag, waarin we zowel over de Garifuna als de Mennonieten een hoop hebben geleerd. De foto’s van de Garifuna zijn toegevoegd aan het Orange Walk album. De foto’s van de Mennonieten staan in een apart album.

Achtergrond informatie van landenweb.nl
De Duitssprekende mennonieten zijn de laatste grote groep die naar Belize is getrokken. De eerste groep arriveerde tussen 1958 en 1962 vanuit Mexico. Om problemen zoals in andere landen te voorkomen werden er overeenkomsten getekend tussen de mennonieten en de Belizaanse regering. Zo kregen ze bijvoorbeeld toestemming om hun eigen religie te praktiseren en mochten hun taal gebruiken in door henzelf gecontroleerde scholen. Ook mochten ze hun eigen financiële instellingen oprichten en hoefden niet in militaire dienst. De mennonitische boeren zijn de productiefste van geheel Belize en gebruiken ook de modernste apparatuur. Verder voorzien de lokale markt van melkproducten, eieren, kip, kaas en groenten.